Wat gebeurt er wanneer de stroom langdurig uitvalt, internet en mobiele telefonie niet meer werken en zelfs 112 niet bereikbaar is? Op 4 september namen vier veteranen van Veteranen Kennemerland deel aan een oefening met een noodsteunpunt in IJmuiden. Inmiddels hebben we onze ervaringen geëvalueerd. De oefening leverde niet alleen praktische lessen op over noodsteunpunten, maar maakte ook concreter welke rol veteranen kunnen spelen bij het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid in Kennemerland.
Op 4 september 2026 vond in Sporthal IJmuiden-Oost een bijzondere oefening plaats. Op uitnodiging van de gemeente Velsen namen vier veteranen van Veteranen Kennemerland deel aan een praktijktest met een lokaal noodsteunpunt.
Eerder schreven we op deze website al over onze deelname aan deze oefening. Inmiddels is ook vanuit de deelnemende veteranen een uitgebreide evaluatie opgesteld.
De oefening was nadrukkelijk geen demonstratie van een systeem dat al helemaal af was. Het was juist een leer- en testmoment: door daadwerkelijk met scenario’s aan de slag te gaan ontdekken wat werkt, waar knelpunten ontstaan en welke oplossingen in de praktijk nodig zijn.
En juist dat maakte de oefening waardevol.
Geen stroom, geen internet en geen 112
Het uitgangspunt was een langdurige verstoring waarbij elektriciteit en reguliere communicatiemiddelen niet meer beschikbaar waren.
Geen wifi. Geen mobiele telefoon. Geen internet. En wanneer de telefoonverbindingen uitvallen, kan zelfs een noodmelding via 112 problematisch worden.
Het is precies het soort situatie waarvoor momenteel in heel Nederland wordt onderzocht hoe lokale noodsteunpunten kunnen functioneren. In 2026 oefenen gemeenten en veiligheidsregio’s in alle 25 veiligheidsregio’s met noodsteunpunten en bijbehorende coördinatiepunten. Het landelijke project is een gezamenlijk initiatief van het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Veiligheidsberaad. WeerbaarNL
Een noodsteunpunt moet tijdens zo’n ernstige verstoring een herkenbare fysieke plek zijn waar inwoners betrouwbare informatie kunnen krijgen, noodmeldingen kunnen doorgeven en waar vraag en aanbod vanuit de wijk bij elkaar kunnen worden gebracht. WeerbaarNL
In Velsen werd dat niet alleen op papier besproken, maar daadwerkelijk geoefend.
Vier veteranen midden in de oefening
Vanuit Veteranen Kennemerland namen vier veteranen deel. Patrick en Edwin werden ingezet als gastheer bij de ontvangst, Ina werkte bij de informatiebalie en Jörgen bemande de balie voor noodmeldingen.
Daarmee waren de veteranen geen toeschouwers of observatoren. Zij werden onderdeel van het noodsteunpunt en kregen te maken met de situaties die tijdens de oefening werden ingebracht.
Bij binnenkomst moest bijvoorbeeld snel worden vastgesteld waarom iemand naar het noodsteunpunt kwam. Ging het om een eenvoudige informatievraag? Was er mogelijk sprake van een noodsituatie? Of moest iemand naar een andere balie worden verwezen?
Daarbij bleek de ontvangst met twee personen goed te werken. Wanneer één gastheer iemand verder begeleidde, bleef de andere beschikbaar voor nieuwe bezoekers. Tegelijkertijd ontstond al snel een praktisch aandachtspunt: wanneer veel mensen tegelijkertijd binnenkomen en vertrekken via dezelfde ingang, kunnen publieksstromen elkaar gaan hinderen.
Het lijkt misschien een klein detail.
Maar tijdens een echte crisis, wanneer mensen gespannen, onzeker of geëmotioneerd zijn, kunnen juist zulke ogenschijnlijk eenvoudige zaken grote gevolgen hebben voor rust en doorstroming.
Van simpele informatievraag naar complexe noodmelding
De eerste scenario’s waren relatief eenvoudig.
Wat is er aan de hand? Hoelang gaat de stroomstoring duren? Waar kan ik drinkwater krijgen? Waar is voedsel beschikbaar?
Naarmate de oefening vorderde, werden de situaties ingewikkelder. Er kwamen onder andere meldingen binnen over een vermiste mogelijk agressieve hond, overlopende riolering, afvalproblematiek en hulpbehoevende ouderen die thuis vastzaten.
Vooral bij de noodmeldingenbalie werd zichtbaar hoe snel de belasting kan oplopen.
Degene die daar zit moet luisteren, de hulpvraag beoordelen, gegevens verzamelen, de melding registreren, contact onderhouden met het coördinatiepunt en uiteindelijk mogelijk weer informatie teruggeven aan de inwoner. Daarbij kan iemand ook nog boos, angstig of geëmotioneerd zijn.
Tijdens de oefening werd deze functie hoofdzakelijk door één persoon uitgevoerd.
Onze conclusie is dat dit bij grotere drukte te kwetsbaar is. Een bezetting van minimaal twee personen lijkt wenselijk: één voor het contact en de intake en één voor registratie en communicatie. Wanneer voldoende capaciteit beschikbaar is, kan een derde persoon waardevol zijn voor de begeleiding van inwoners die extra aandacht nodig hebben.
Een whiteboard kan tijdens een crisis goud waard zijn
Een andere les was verrassend eenvoudig.
Veel inwoners stelden dezelfde vragen. Wanneer iedereen daarvoor naar de informatiebalie moet, ontstaat daar onnodige drukte.
Een groot whiteboard of ander informatiebord bij de ingang kan dat deels voorkomen. Daarop kunnen de actuele situatie, beschikbare voorzieningen, locaties voor drinkwater of voedsel en andere belangrijke mededelingen worden bijgehouden.
Zodra iets verandert, kan de informatie worden aangepast.
Ook bleek een gewone papieren stads- of wijkplattegrond bijzonder nuttig.
We zijn eraan gewend geraakt een adres op onze telefoon in te voeren en vervolgens door een navigatie-app naar de bestemming te worden geleid. Maar wat gebeurt er wanneer mobiele netwerken, internet en elektriciteit niet beschikbaar zijn?
Een adres noemen is dan niet altijd voldoende. Daarom adviseren we om noodsteunpunten te voorzien van duidelijke lokale plattegronden waarop belangrijke voorzieningen kunnen worden aangegeven.
Juist tijdens een digitale storing blijken eenvoudige analoge hulpmiddelen ineens weer bijzonder waardevol.
Wat als iemand geen Nederlands spreekt?
Tijdens de oefening ontstond ook de vraag hoe een noodsteunpunt moet omgaan met inwoners die het Nederlands onvoldoende beheersen.
Onder normale omstandigheden ligt een vertaalapp voor de hand. Maar ook daarvoor zijn een werkende telefoon, voldoende accucapaciteit en vaak een internetverbinding nodig.
Daar kun je tijdens het soort crisis waarvoor een noodsteunpunt bedoeld is niet zonder meer op vertrouwen.
Daarom zou volgens onze evaluatie meertalige communicatie onderdeel moeten zijn van de standaardvoorbereiding. Denk aan eenvoudige geplastificeerde taal- en pictogramkaarten voor onderwerpen als medische hulp, brand, politie, water, voedsel, medicijnen en locatie. Ook kan vooraf worden geïnventariseerd welke vrijwilligers binnen een lokaal netwerk andere talen spreken.
Ook hier geldt: geen ingewikkelde oplossing, maar vooraf nadenken over wat er gebeurt wanneer de normale hulpmiddelen wegvallen.
En toen viel de verbinding daadwerkelijk uit
Misschien wel het meest illustratieve moment van de oefening ontstond toen de communicatieverbinding tussen het noodsteunpunt en het coördinatiepunt in de brandweerkazerne uitviel.
Juist in een systeem dat bedoeld is voor situaties waarin normale communicatiemiddelen niet functioneren, is zo’n uitval bijzonder leerzaam.
De coördinator vroeg aan de aanwezige veteranen:
Wat zouden jullie nu doen?
Vanuit militaire ervaring kwam een eenvoudige oplossing: stuur een ordonnans.
Met andere woorden: als elektronische communicatie niet meer mogelijk is, stuur je iemand fysiek naar de andere locatie om het bericht over te brengen en tegelijkertijd vast te stellen wat daar aan de hand is.
Een van de veteranen werd daarop naar de brandweerkazerne gestuurd. Bij aankomst bleek het coördinatiepunt inmiddels eveneens op de hoogte van het probleem en was tijdelijk een alternatieve verbinding tot stand gebracht.
Het incident liet vooral zien hoe belangrijk redundantie is.
Vooraf moet niet alleen duidelijk zijn wat het primaire communicatiemiddel is, maar ook wat er gebeurt wanneer dat middel uitvalt. Onze evaluatie stelt daarom een eenvoudige escalatieladder voor:
primair communicatiemiddel → secundair communicatiemiddel → alternatieve technische verbinding → fysieke berichtoverdracht.
Soms blijkt een eeuwenoude oplossing nog steeds bruikbaar wanneer moderne techniek het laat afweten.
Een noodsteunpunt vraagt meer mensen dan je denkt
Een andere belangrijke conclusie betreft de personele bezetting.
Tijdens een rustige situatie lijkt een klein team voldoende. Zodra meerdere inwoners tegelijkertijd binnenkomen en de scenario’s ingewikkelder worden, verandert dat snel.
Op basis van onze ervaringen tijdens deze oefening komen we voor een operationeel noodsteunpunt tot een eerste indicatie van ongeveer zeven tot acht personen: één coördinator, twee medewerkers voor ontvangst, twee voor informatie en twee tot drie voor noodmeldingen. Evaluatie-oefening-noodsteunpunt
Dat zijn bovendien alleen de mensen die op één bepaald moment aanwezig moeten zijn.
Wanneer een verstoring twaalf, vierentwintig, achtenveertig of zelfs tweeënzeventig uur duurt, moeten mensen worden afgelost. Er zijn rustmomenten en ploegendiensten nodig. De totale personeelsbehoefte wordt dan aanzienlijk groter. Evaluatie-oefening-noodsteunpunt
En precies daar raakt de oefening aan een veel bredere vraag:
Wie gaan deze noodsteunpunten straks eigenlijk bemensen?
Weerbaarheid begint niet alleen bij gebouwen en draaiboeken
Die vraag speelt niet alleen in Kennemerland.
Binnen het landelijke project wordt nadrukkelijk gekeken naar samenwerking tussen overheid, maatschappelijke organisaties en inwoners. Recente ervaringen uit pilots wijzen daarbij op het belang van bestaande lokale netwerken: buurthuizen, sportverenigingen, vrijwilligersorganisaties, geloofsgemeenschappen en actieve inwoners beschikken vaak al over mensen die elkaar kennen en gewend zijn samen iets te organiseren.
Dat sluit nauw aan bij een van onze eigen bevindingen.
Rond een noodsteunpunt zou bij voorkeur al vóór een crisis een lokaal basisteam kunnen bestaan. Mensen die de locatie kennen, de wijk kennen, elkaar kennen en enige instructie hebben ontvangen.
Spontane vrijwilligers blijven tijdens een crisis zeer waardevol. Maar het is eenvoudiger hen toe te voegen aan een bestaande structuur dan midden in een crisis vanaf nul een organisatie te moeten opbouwen.
Waar passen veteranen in dit verhaal?
Voor Veteranen Kennemerland was deelname aan de oefening ook om een andere reden interessant.
Al eerder werkten wij een plan uit voor een Veteranen Crisisteam Kennemerland (VCT-K). Het idee daarachter is een geselecteerde en voorbereide groep veteranen die hun kennis en ervaring beschikbaar kan stellen ter ondersteuning van gemeenten en de Veiligheidsregio Kennemerland tijdens bijzondere omstandigheden.
Op deze website schreven we eerder al over het Veteranen Ontmoetingscentrum Kennemerland en het Veteranen Crisisteam. In dat stadium ging het nog vooral om een concept en de vraag hoe de ervaring van veteranen maatschappelijk beter benut zou kunnen worden.
Sindsdien is het concept verder uitgewerkt.
Daarbij is ook de positie van het Veteranen Crisisteam veel scherper afgebakend.
Geen nieuwe hulpdienst
Het Veteranen Crisisteam moet nadrukkelijk geen nieuwe hulpdienst worden.
Veteranen nemen geen taken over van politie, brandweer, GHOR of andere professionele organisaties. Het team neemt geen bestuurlijke of operationele leiding en wordt niet zelfstandig geactiveerd.
Het uitgangspunt is juist dat het VCT-K uitsluitend wordt ingezet op verzoek van een gemeente of de Veiligheidsregio Kennemerland en vervolgens functioneert binnen de bestaande crisisstructuur.
Mogelijke werkzaamheden zijn veel praktischer van aard: ontvangst en begeleiding van inwoners, structureren van publieksstromen, ondersteuning bij informatievoorziening, registratie van signalen, logistieke werkzaamheden en terugkoppeling richting de coördinatie van het noodsteunpunt.
Medische zorg, handhaving, crisiscommunicatie namens de overheid en zelfstandige besluitvorming vallen nadrukkelijk buiten die rol.
Dat onderscheid is belangrijk.
Het Veteranen Crisisteam is niet bedoeld om bestaande organisaties te vervangen, maar om tijdens langdurige verstoringen extra georganiseerde maatschappelijke capaciteit beschikbaar te hebben.
IJmuiden werd onbedoeld een eerste praktijktoets
De oefening van 4 september kreeg daardoor voor Veteranen Kennemerland achteraf nog een extra betekenis.
De vier deelnemende veteranen waren in IJmuiden niet formeel ingezet als Veteranen Crisisteam. Toch kwamen verschillende taken die zij tijdens de oefening uitvoerden opvallend overeen met functies die eerder binnen het VCT-K-concept waren beschreven.
Veteranen werkten bij de ontvangst, informatievoorziening en noodmeldingen. Zij hielpen overzicht houden, moesten omgaan met onverwachte situaties en zochten naar praktische oplossingen toen voorzieningen niet functioneerden.
Daarmee werd een deel van wat eerder vooral op papier stond ineens tastbaar.
Onze eigen evaluatie concludeert dat vaardigheden uit de militaire achtergrond ook in deze civiele setting bruikbaar bleken: overzicht bewaren, improviseren wanneer een voorziening uitvalt, taakgericht samenwerken en zoeken naar praktische oplossingen.
Dat betekent niet dat iedere veteraan automatisch geschikt is voor iedere functie.
Juist daarom gaat het VCT-K-concept uit van een selecte en voorbereide veteranenpool, duidelijke taakafbakening, formele activering en evaluatie na oefeningen en inzetten.
Van individuele veteraan naar georganiseerde capaciteit
Daar zit volgens ons mogelijk een belangrijke meerwaarde.
Binnen onze regio wonen veteranen met zeer uiteenlopende achtergronden en ervaringen. De een heeft kennis van logistiek, de ander van communicatie, leidinggeven, planning, techniek, geneeskundige ondersteuning of werken onder moeilijke omstandigheden.
Veel van die kennis verdwijnt niet wanneer iemand de actieve militaire dienst verlaat.
De vraag is daarom niet alleen óf veteranen iets kunnen betekenen tijdens een maatschappelijke crisis, maar vooral:
hoe organiseer je die kennis vooraf op een verantwoorde manier, zodat gemeenten en veiligheidsorganisaties weten welke capaciteit beschikbaar is wanneer deze werkelijk nodig is?
Het Veteranen Crisisteam Kennemerland probeert op die vraag een praktisch antwoord te ontwikkelen.
Niet door tijdens een calamiteit zelfstandig op pad te gaan, maar juist door vooraf afspraken te maken over beschikbaarheid, voorbereiding, taakstelling, activering en aansturing.
Klein beginnen, oefenen en leren
Daarom hoeft er wat ons betreft ook niet onmiddellijk een grote regionale crisisorganisatie te worden gebouwd.
De landelijke pilot met noodsteunpunten is juist opgezet om te leren door te doen. In alle 25 veiligheidsregio’s worden ervaringen verzameld om uiteindelijk beter te begrijpen wat nodig is voor een toekomstig netwerk van noodsteunpunten.
Voor het Veteranen Crisisteam kiezen we dezelfde benadering:
klein beginnen, duidelijke taken afspreken, oefenen, evalueren en verbeteren.
De ervaring in IJmuiden is daarvan een eerste concrete bouwsteen.
Een noodsteunpuntkoffer
Zelfs op het niveau van materiaal leverde de oefening ideeën op.
Zo ontstond het voorstel voor een eenvoudige gestandaardiseerde noodsteunpuntkoffer. Daarin zouden bijvoorbeeld zaklampen, reservebatterijen, powerbanks, schrijfgerei, papier, markers, plakband, afzetmateriaal en een actuele geplastificeerde lokale plattegrond kunnen worden opgeborgen. Evaluatie-oefening-noodsteunpunt
Geen spectaculaire middelen, maar juist spullen waarvan je tijdens een storing ontdekt dat je ze onmiddellijk nodig hebt.
Hetzelfde geldt voor taalkaarten, pictogrammen, taakkaarten en lokale informatie.
Weerbaarheid zit niet alleen in grote systemen. Vaak zit zij juist in voorbereiding op kleine praktische problemen.
Het Veteranen Ontmoetingscentrum als mogelijke schakel
Daarmee komt ook een ander eerder ontwikkeld plan opnieuw in beeld: het Veteranen Ontmoetingscentrum Kennemerland (VOCK).
Het primaire doel daarvan blijft een regionale ontmoetingsplek en laagdrempelig inloophuis voor veteranen en hun thuisfront.
Maar binnen de plannen is ook gekeken naar een mogelijke aanvullende rol op het gebied van maatschappelijke weerbaarheid.
Een toekomstig VOCK zou bijvoorbeeld kunnen dienen als trainingslocatie voor leden van het Veteranen Crisisteam, als logistieke uitvalsbasis en als plek voor oefeningen en evaluaties. Of een locatie daadwerkelijk een rol als ondersteunend noodsteunpunt kan vervullen, is vanzelfsprekend afhankelijk van gemeentelijk beleid en de verdere ontwikkeling van het regionale netwerk. Veteranen Crisisteam Kennemerla…
Ook hier geldt dus: geen parallel systeem bouwen, maar onderzoeken hoe bestaande en toekomstige veteranennetwerken kunnen aansluiten bij de structuren die gemeenten en veiligheidsregio al ontwikkelen.
Een kans voor veteranen én samenleving
Voor Veteranen Kennemerland raakt dit bovendien aan een bredere gedachte.
Veteranenzorg en veteranenwaardering gaan terecht vaak over wat de samenleving voor veteranen kan betekenen.
Maar er bestaat ook een andere kant:
wat kunnen veteranen, met hun kennis en ervaring, nog steeds voor die samenleving betekenen?
Niet iedere veteraan heeft daar behoefte aan en maatschappelijke inzet mag nooit een verwachting of verplichting worden.
Maar voor veteranen die hun ervaring graag opnieuw zinvol willen inzetten, kunnen initiatieven rond maatschappelijke weerbaarheid een nieuwe mogelijkheid bieden om bij te dragen.
Daarbij ontstaat bovendien samenwerking tussen veteranen, gemeenten, maatschappelijke organisaties, veiligheidsprofessionals en inwoners.
En misschien is juist die verbinding minstens zo waardevol als de operationele capaciteit zelf.
Ook interessant voor andere gemeenten en regio’s
De ervaringen in IJmuiden zijn uiteraard gebaseerd op één oefening en moeten ook zo worden beschouwd. Onze aanbevelingen zijn geen blauwdruk voor ieder noodsteunpunt.
Maar veel van de vragen die wij tegenkwamen zijn niet uniek voor Velsen.
Hoeveel mensen heb je nodig? Hoe organiseer je ontvangst en publieksstromen? Wat doe je wanneer communicatie uitvalt? Hoe ga je om met anderstaligen? Welke informatie moet lokaal beschikbaar zijn? Hoe organiseer je aflossing bij een langdurige crisis? En welke bestaande maatschappelijke netwerken kun je vooraf betrekken?
Dat zijn vragen waarmee gemeenten en veiligheidsregio’s in heel Nederland tijdens deze pilotfase te maken krijgen.
Daarom delen we onze ervaringen ook graag buiten Kennemerland.
Veteranenorganisaties in andere regio’s zouden daarbij eveneens kunnen onderzoeken welke kennis binnen hun achterban aanwezig is en of die — binnen duidelijke bestuurlijke en operationele kaders — bruikbaar kan zijn voor de lokale maatschappelijke weerbaarheid.
Niet door overal hetzelfde model te kopiëren, maar door ervaringen uit te wisselen en lokaal te kijken wat passend is.
Van praten over weerbaarheid naar daadwerkelijk oefenen
Uiteindelijk is misschien dát de belangrijkste les van 4 september.
We kunnen plannen schrijven. We kunnen procedures maken. We kunnen communicatiemiddelen aanschaffen en locaties aanwijzen.
Maar pas wanneer mensen daadwerkelijk gaan oefenen, blijkt wat er gebeurt wanneer verschillende inwoners tegelijk hulp vragen, informatie ontbreekt, iemand boos of angstig wordt en precies op dat moment een communicatiemiddel uitvalt.
In onze evaluatie hebben we het daarom als volgt samengevat:
Een noodsteunpunt wordt niet weerbaar doordat alles op papier klopt, maar doordat in de praktijk wordt getest wat er gebeurt wanneer mensen, informatie, techniek en onverwachte omstandigheden bij elkaar komen.
De oefening in IJmuiden was daarmee geen eindpunt.
Voor de gemeente Velsen en de andere betrokken organisaties leverde zij praktische informatie op voor de verdere ontwikkeling van noodsteunpunten.
Voor Veteranen Kennemerland leverde zij daarnaast iets anders op: een eerste praktijkervaring die helpt om onze ideeën over maatschappelijke inzet van veteranen verder aan te scherpen.
Van een plan voor een Veteranen Crisisteam op papier, naar vier veteranen die daadwerkelijk meedraaiden binnen een noodsteunpunt.
De volgende stap is wat ons betreft niet groter denken, maar verder samenwerken, oefenen en leren.
Want maatschappelijke weerbaarheid bouw je niet op de dag dat een crisis uitbreekt.
Die bouw je samen op, lang voordat zij nodig is.
Meer weten of ervaringen uitwisselen?
Veteranen Kennemerland deelt de ervaringen uit de oefening graag met gemeenten, veiligheidsregio’s, veteranenorganisaties en andere maatschappelijke partners die werken aan noodsteunpunten en lokale of regionale weerbaarheid.
Wilt u vanuit uw gemeente, veiligheidsregio of organisatie hierover met ons van gedachten wisselen? Neem dan gerust contact op met Veteranen Kennemerland.
Ook veteranen uit Kennemerland die vanuit hun achtergrond, kennis of ervaring geïnteresseerd zijn in de verdere ontwikkeling van het Veteranen Crisisteam Kennemerland zijn welkom om contact met ons op te nemen.

Geef een reactie